jueves, 5 de septiembre de 2013

LUCIENNE STASSAERT [10.464]



Lucienne Stassaert 

(Nacida en Amberes, BÉLGICA el 10 de enero 1936), es una poeta belga.

OBRA:

Verhalen van de jonkvrouw met de spade (1965)
Bongobloesembloed (with Max Kazan) (1966)
Fossiel (1969)
Het dagelijks feest (1970)
De houtworm (1970)
Het Stenenrijk (1973)
In de klok van de machine tikt een mens (1973)
De blauwe uniformen (1974)
Vergeten grens (1974)
Een kleine zeeanemoon (1975)
Best mogelijk (1975)





Canción de despedida

Hay una canción
que hace volver
el tiempo

¿recuerdas cómo
sí, sí, cómo
sí, sí, cómo

lo que se llama
felicidad
resuena con claridad

insoportable
al principio
y en el principio

del fin?
en algún sitio
en algún sitio

está la melodía
después 
perdida

recuerdas cómo
sí, sí, cómo
sí, sí, cómo

destellaba
y titilaba
hasta que oías

una campanilla:
se acabó el amor
rebosa el vaso –

Una voz
queda atrás
en una caja de música

no dice cómo
no dice cuánto
lleva encerrada

y para abrir
la tapa de la caja
recuerdas cómo

sí, sí, cómo
sí, sí, cómo
tendrás que levantar

una piedra:
soy yo, padre,
déjame entrar

no importa cómo
no importa cómo

Übersetzung: Traducción: Fernando García de la Banda
A capella (Malaga: CEDMA, 2007).





Afscheidsliedje

Er is een liedje 
dat de tijd 
doet keren

weet je nog hoe 
nu dan hoe 
nu dan hoe

wat een stem 
geluk zou noemen 
onverdraaglijk

helder klinkt 
in het begin 
en aan het begin

van het einde? 
irgendwo 
irgendwo

loopt de melodie 
daarna 
verloren

weet je nog hoe 
nu dan hoe 
nu dan hoe

ze tintelde 
en pinkelde 
tot je een belletje

hoorde rinkelen: 
de liefde is op 
de maat is vol -

Er blijft een stem 
in een muziekdoos 
achter

ze zegt niet hoe 
zegt niet hoe lang 
ze klem zit

en om het kistdeksel 
te openen 
weet je nog hoe

nu dan hoe 
nu dan hoe 
zal je een steen

moeten oplichten: 
ik ben het, vader, 
laat mij binnen

het geeft niet hoe 
het geeft niet hoe

© Uitgeverij P
De: Afscheidsliedjes
Publicado en:: 2001, Uitgeverij P






[Apartado junto a los enseres rotos]

Apartado junto a los enseres rotos
sus entrañas de muelles dejan ver
las gracias y desgracias de un viejo colchón.
La lana revela de pronto secretos
y en sus abultados nudos
se agolpan estribillos y dúos:

Ven amor mío, no te retires
aún. Pálpame
como si fuera otra vez una extraña
que te pregunta el camino hacia el hoy –
Quiero desaparecer dentro de un cuerpo
crudo, batir las alas
como en una gruta submarina.

Tan rápido como un pájaro, con breves golpes,
sonó este dúo como un duelo
y en un silencio borrado a besos
una voz casi ahogada surgió como un resorte:
“Muere tú primero, que yo te sigo...”

Ven amor mío, recógeme
como hace el caracol con sus cuernos.
No quiero ver la luz
que silba en mis costillas –
Prende rápido fuego a mi cuerpo
encorvado: otro suspiro más 
y la flor se habrá perdido.

Übersetzung: Traducción: Fernando García de la Banda
A capella (Malaga: CEDMA, 2007).





[Aan kant gezet bij afgesleten inboedel]

Aan kant gezet bij afgesleten inboedel 
toont haar springveren binnenste 
het wel en wee van een oude matras. 
't Kapok laat plots geheimen los 
en in haar bobbelige noppen 
kroppen refreinen en duetten:

Kom liefste, trek je nog 
niet terug. Tast mij af 
of ik opnieuw een vreemde ben 
die je de weg vraagt naar vandaag – 
Ik wil verdwijnen binnenin 
een rauw lichaam klapwieken 
als in een onderzeese grot.

Zo vogelvlug, met korte stoten, 
klonk dit duet als een duel 
als middenin een afgekuste stilte 
een stem, haast verstikt, opveerde: 
"Ga jij eerst dood, dan volg ik wel ... "

Kom liefste, haal mij in 
zoals een slak haar voelhorentjes. 
Ik wil het licht niet zien 
dat in mijn ribben fluit - 
Steek vlug mijn kromgesloten 
lijf in brand: nog één zucht 
en de fleur is eraf

© Uitgeverij P
De: Afscheidsliedjes
Publicado en:: 2001, Uitgeverij P






[Dama Muerte]

Dama Muerte
siempre inminente

inspira y espira
tras la red de niebla
de abril

la primera luz
que aún no ha dejado
el luto

y aún os permite
pasar de largo –

Dama Muerte
me voy de juerga con vos

por el campo
despierta por agudos
dolores de crecimiento

cuando las yemas pierden
su corazón colmado
de simiente de sueños

y la verde violencia
convierte lo seco
en zarza y espino –

Dama Muerte
os siento saltar como un surtidor

en mi corazón y mis riñones:
¿Acaso no es esto la vida
después de la vida?

No, no. Aún no. Aún no.

Übersetzung: Traducción: Fernando García de la Banda
From: A capella (Malaga: CEDMA, 2007)






[Dame Dood]

Dame Dood
u blijft maar op til

ademt in en uit 
achter het nevelnet 
van april

het eerste licht 
dat de rouw 
nog niet heeft afgelegd

en u nog steeds 
voorbij laat gaan -

Dame Dood
ik ga aan de zwier met u

het land in 
wakker van 
schele groeipijn

als knoppen hun hart 
vol droomzaadjes verliezen
en het groene geweld

het dorre ombuigt 
in braam en stekelbrem -

Dame Dood 
ik voel u in hart en nieren

bruisen als een fontein: 
dit is toch het leven 
na het leven niet?

Nog niet. Nog niet. Nog niet.

© Uitgeverij P
De: Afscheidsliedjes
Publicado en:: 2001, Uitgeverij P





[Las fluctuaciones continúan]

Las fluctuaciones continúan – 
sigue el afinador en su tarea: 
quiere probar esos tonos estridentes, 
los armónicos que rigen mis adentros.

Según abre registros 
hago sonar la música, y a veces 
bailan la muerte y la doncella.

Primero demasiado lento, luego tan rápido 
como si se elevara por mi piel. 
Hay un amante en su tarea: 
quiere dar fe de mi existencia.

Übersetzung: Traducción: Fernando García de la Banda
A capella (Malaga: CEDMA, 2007).





[De zweving houdt niet op]

De zweving houdt niet op - 
er is een stemmer aan het werk 
die schrille toonhoogten wil uittesten, 
de boventonen van mijn binnenkant.

Als hij registers opentrekt 
breng ik muziek voort, nu en dan 
dansen het meisje en de dood.

Eerst al te langzaam, dan zo snel 
alsof hij opstijgt in mijn vel. 
Er is een minnaar aan het werk 
die wil bewijzen dat ik besta.

© Poeziecentrum
De: Blind vuur
Publicado en:: 1995, Poeziecentrum





[Hacerse a este esqueleto]

Hacerse
a este esqueleto

antes de hincharse
de ansia de muerte –

Hacerse
a la idea

o al tic-tac ahora
que tu corazón rehúsa andar –

El final
de pronto tan cercano

que ya casi
ha llegado la hora

Übersetzung: Traducción: Fernando García de la Banda
A capella (Malaga: CEDMA, 2007)



[Wennen aan het geraamte]

Wennen 
aan het geraamte

vóór je bol 
van doodzucht bent -

Wennen 
aan de gedachte

of klokslag nu 
je hart zich aftikt -

De uitkomst 
opeens zo nabij

dat het al bijna 
zo ver is

© Uitgeverij P
De: In aanraking
Publicado en:: 2004, Uitgeverij P






A capella

Exprimido placer, cumplida pérdida 
no de los panales fluyes 
o del amor.

Y más ajena al mundo, al tiempo, 
entona la marea la lengua de las sombras 
un canto más excelso.

Y tú, que ya no sufres el tormento 
lumbar de la primavera: 
toma nota de la foliación, haz girar una rueda

ante mi cuerpo. Soy tu igual en la muerte. 
Y tu salmuera, tu urticaria - 
no estoy aquí para sanarte.

Y mira: las arañas tejen su tela presurosas. 
La rosa entrega aún su falso fruto: 
su nombre sigue siendo rosa, y abre la noche.

Übersetzung: Traducción: Fernando García de la Banda
A capella (Malaga: CEDMA, 2007).





A capella

Gepijnd genot, voltooid verlies 
vloeit uit de raten en 
de liefde niet.

En wereldvreemder, loos van tijd 
orgelt het tij de taal der schaduwen 
een voorgezongen, hoger lied.

En gij, niet nader gekwelde 
met de lente in de lendenen: 
teken de bladstand aan, draai een rad

voor mijn lichaam. Ik ben uw doodsverwante. 
En uw pekel, uw netelkoorts - 
geen mens die u geneest.

En zie: spinnen weven ijlings hun rag. 
Nog legt de roos haar schijnvrucht af: 
haar naam blijft roos, opent de nacht.

© Orion
De: De Spekende Gelijkenis
Publicado en:: 1978, Orion






No hay comentarios:

Publicar un comentario en la entrada